Gouds Rood september 2008
Redactie Gouds Rood
In deze editie van Gouds Rood: verkiezingskoorts stijgt; slechte plannen, hoge kosten en geen respect voor de natuur bij infrastructurele projecten; Arie Slinger over bestuurlijke schaalgrootte en Europa; een groots straatfeest in Kort-Haarlem en een verslag van de “Derde Kamer”. Ook reageert Co Caljouw op een ingezonden brief van oud-burgemeester Boone.
Verder de uitnodiging voor de ALV van 6 oktober 2008 en natuurlijk de vaste rubrieken.
Gouds Rood is ook te downloaden als pdf-bestand. De downloadversie bevat ook de agenda en contactgegevens.
"Het Nonnenwater"
Jaap Rebel - 25 september 2008
Grote infrastructurele werken van de Overheid zijn niet populair, de kosten lopen vaak de pan uit en dat is niet leuk voor bestuurders. Nu vallen de kosten vaak erg mee wanneer we er de inkomsten tegenover stellen. De zo verguisde Betuwelijn kostte rond 6,5 miljard euro. Daarvan vloeit via de inkomsten-belasting, de BTW en de WOZ meer dan de helft terug in de staatskas van de Rijksoverheid. Voor de Provincie ligt het al een stuk ongunstiger en voor de gemeenten blijft alleen de WOZ over als een (toekomstige) bron van inkomsten. Rijkssubsidie is dan ook een vereiste om iets tot stand te brengen voor grote verkeersoplossingen, waterwegen en wat dies meer zij.
De Noord-Zuid-lijn in Amsterdam kost de gemeente dan ook flink meer geld uit de Gemeentekas dan uit de Staatskas, wanneer het een rijksproject zou zijn geweest. In Gouda merken we dat onder andere ook. Bij de Zuidwestelijke randweg, bij de spoorzone, het Bolwerk, etcetera. Maar er is ook nog een andere, structurele, oorzaak van het uit de hand lopen van de kosten: de gebrekkige aansturing van projecten door bestuurders die de complexiteit van ‘hun’ projecten onderschatten en de toenemende ondeskundigheid bij de ambtelijke diensten. Oorzaken hiervan zijn de weggesaneerde kennis en ervaring of de bezuinigingen daarop of het heilig geloof in “procesmanagers”. Ik neem het Nonnenwater als voorbeeld.
Het opengraven van het Nonnenwater stond oorspronkelijk voor
1,6 miljoen euro in de ramingen van het Mierennest. Het Hoogheemraadschap Rijnland wil geen dood water, eiste daarom een verbinding met de Turfsingel en zou subsidie geven voor dat deel. De totale prijs steeg sterk, maar een tijdelijke, goedkopere oplossing door deze verbinding via een ingegraven buis te laten lopen, kreeg slechts toestemming voor een periode van 5 jaar. In de Verlorenkost moeten bovendien drie bruggen worden gerealiseerd.
Eén daarvan moet zwaar uitgevoerd worden om aan- en afvoer van transformatoren voor het Trafostation mogelijk te maken. Globaal bevat het hele plan iets meer dan 210 strekkende meter open te graven gracht, geraamde kosten: 6,4 miljoen euro. Aldus het advies van het Ingenieursbureau DHV, door het College ingehuurd om een ontwerprapport in te dienen. Het College schrok van de prijs en besloot het hele plan van opengraven af te blazen. Maar wat behelst het ontwerp van DHV eigenlijk? Is het wel getoetst op doelmatigheid en stemt het overeen met de eisen die we stellen aan de overige grachten in Gouda? Wel neen, van geen kant.
In de eerste plaats ontwierp DHV een dichte betonnen bak waarin het water wordt opgeborgen en waardoor voorkomen wordt dat het water wegvloeit naar het grondwaterniveau. Zo’n betonnen bak moet gedragen en gefixeerd worden door palen. Maar in Gouda is het waterniveau in de grachten gelijk aan het niveau van het grondwater, dus exit betonnen bak op palen. Dat scheelt meteen ettelijke miljoenen in euro’s.
Nu staat nog een betonnen bak met gaten in de bodem op papier om kool en geit te sparen. Onnodig natuurlijk, er is in Gouda geen gracht te vinden met een dichte, of geperforeerde bodem.
Geef die geit toch zijn kool.
In de tweede plaats is het straatniveau maar hooguit zestig centimeter boven het grondwaterpeil, vaak ook minder. Voor de walkanten zijn damwanden waarschijnlijk overbodig omdat nauwelijks water hoeft te worden gekeerd. Ook wordt de nieuwe gracht gegraven binnen de voormalige kademuren. Die fungeren dus als ‘goede grond’, terwijl de verkeerslasten niet noodzakelijk vlak tegen de walkant hoeven op te treden. Dat levert weer een substantiële besparing op bij het Nonnenwater.
In de derde plaats wordt de Verlorenkost gedomineerd door het Trafostation, dat met zwaar verkeer de transformatoren via de Verlorenkost, ééns in de 15 à 20 jaar, aan- en afvoert. Dat incidentele zware verkeer kan ook een andere route kiezen, zodat de moeilijkheidsgraad dan komt te liggen bij het verplaatsen van de kabels in de huidige weg. Zo’n andere route is er wel, namelijk via de Turfsingel, waarbij het Trafogebouw z’n Westelijke muur wisselt met de huidige Zuidelijke deuren. Dat kost geld, voorbereiding en ook toestemming van de eigenaar van het Trafogebouw.
Maar de zware brug en/of voorlopige dammen zijn dan overbodig geworden, zodat kosten onderling kunnen worden uitgeruild.
Kom College, denk eens na voor er een besluit valt in de vorm van;
“Het is te duur en daarom kan het niet’.