Modellen voor het benoemen van wethouders
26 november 2008
De vier modellen voor het benoemen van wethouders conform het advies Patje
Onderstaand stuk zal de leidraad vormen voor het agendapunt wethoudersbenoeming op de alv van 26 maart 2009. Hierbij nodigen wij alle partijgenoten uit om hun mening kenbaar te maken aan het bestuur, liefst via een mail aan het secretariaat (beamarsman@planet.nl) ter voorbereiding van de discussie in maart.
We hebben uiteindelijk vier modellen geselecteerd die kunnen worden gehanteerd door afdelingsbesturen bij het opstellen van de procedure voor het benoemen vanwethouders.
Om te bepalen welk model het best past op de situatie in hun afdeling zullen afdelingsbesturen eerst een aantal principiële vragen moeten beantwoorden.
Dat zijn er drie:
- Vind je het nodig dat de namen van alle wethouderskandidaten voor de verkiezingen bekend zijn?
- Als het antwoord ‘nee’ is: Willen we dat één of meer namen van wethouderskandidaten voor de verkiezingen bekend zijn?
- Mogen wethouderskandidaten ook buiten de lijst voor de gemeenteraad worden gezocht?
6.1 Campagne voeren met alle wethouderskandidaten
De eerste vraag luidt dus: “Vinden we het nodig dat de namen van alle
wethouderskandidaten voor de verkiezingen bekend zijn?”
Ja
Als het antwoord op vraag 1 ‘ja’ is, dan komen we terecht in de modellen 1 of 2. In die modellen kiest de afdeling voor openheid over de kandidatuur van de bestuurders en voor transparantie in het proces.
Bij ‘ja’ op vraag 1 kiest de afdeling bovendien voor een procedure waarin voor de nieuwe fractie, nadat ze is verkozen en een kiezersmandaat heeft, formeel staatsrechtelijk gezien wel, maar politiek gezien nauwelijks meer ruimte heeft om invloed uit te oefenen op de kandidatuur. De ledenvergadering heeft voor de verkiezingen gesproken en de nieuwe fractie heeft zich daar in de praktijk politiek gezien bij neer te leggen. Als de fractie de kandidaat-wethouders zou willen passeren, die al vóór de verkiezingen door de ledenvergadering zijn aangewezen, dan riskeert ze
een ernstig politiek conflict met die ledenvergadering. Zo direct na de verkiezingen is dat niet erg verstandig.
Als het antwoord ‘ja’ is, moet er nog wel worden bepaald of de wethouderkandidaten allemaal op de lijst voor de gemeenteraad moeten staan (en dus in principe ook allemaal kandidaat raadslid zijn), of dat de commissie die de wethouderskandidaten selecteert ook buiten de lijst voor de gemeenteraad mag zoeken. (vraag 3)
Niet buiten de lijst zoeken
Als de commissie niet buiten de lijst mag zoeken, dan komen we in model 1: alle wethouderskandidaten zijn voor de verkiezingen bekend en ze staan ook allemaal op de lijst.
Dit is het klassieke model, dat voor de dualisering de enige optie was. Anders dan in het monistische tijdperk is het nu echter mogelijk dat wethouderskandidaten op een onverkiesbare plaats staan, bijvoorbeeld als lijstduwer.
Model 1 is een eenvoudig en zeer overzichtelijk model. Bij het vaststellen van de lijst voor de gemeenteraad moet ook worden aangegeven welke personen in welke volgorde wethouderskandidaat zijn. Omdat je voor de verkiezingen nooit met 100% zekerheid kunt zeggen hoeveel wethouders je zult moeten leveren, is het aan te bevelen tenminste één wethouders-kandidaat meer achter de hand te hebben dan je er nu in het College
hebt. Dat is geen probleem, zolang maar duidelijk is in welke rangorde de kandidaten staan.
Wel buiten de lijst zoeken
Als de commissie wel kandidaten van buiten de lijst voor de gemeente-raad mag zoeken, dan komen we uit in model 2: alle kandidaten zijn voor de verkiezingen bekend, maar niet alle kandidaten staan op de lijst voor de gemeenteraad. Bij kandidaten van buiten de lijst voor de gemeente-raad zal het in veel gevallen gaan om kandidaten buiten het geijkte PvdA-circuit. Model 2 houdt echter voor de commissie een behoorlijke
beperking in. De commissie mag in model 2 immers alleen maar zoeken naar kandidaten, die er geen probleem mee hebben dat hun namen voor de verkiezingen bekend zijn. Veel kandidaten van buiten de lijst zullen dat ongewenst vinden. Als je ook die kandidaten wil hebben, dan kom je terecht in de modellen 3 en 4.
Hoe dan ook, de commissie heeft er in model 2 voor te zorgen dat er bij het vaststellen van de lijst voor de gemeenteraad bekend is welke personen op de lijst en daar buiten wethouderskandidaat zijn. Ook hier is het verstandig om aan te geven wat de volgorde van de wethouders-kandidaten is.
Ook hier geldt in principe dat de gekozen fractie na de verkiezingen geen invloed meer heeft op de door de ledenvergadering vastgestelde lijst met wethouderskandidaten.
De modellen 1 en 2 en de positie van de lijsttrekker die ook kandidaat-wethouder is
Over de vraag of de lijsttrekker ook wethouderskandidaat kan zijn, willen we het volgende opmerken.
Sommige afdelingen zijn van mening dat in een dualistisch model de lijsttrekker per definitie fractievoorzitter wordt. Die afdelingen zijn van mening dat een lijsttrekker een soort van kiezersbedrog pleegt als hij wethouder wordt.
In onze opvatting gaat het er bij verkiezingen om dat de grootste stemmentrekker ook de lijsttrekker is. En je kunt aan de kiezer heel goed uitleggen dat de lijsttrekker wethouder wordt, zeker als je daar voor de verkiezingen glashelder over bent geweest.
De modellen 1 en 2 en de positie van de nieuw gekozen fractie
De nieuw gekozen fractie heeft in de modellen 1 en 2 een bijzondere positie. Ze heeft namelijk niet zoveel manoeuvreerruimte meer over: de wethouderskandidaten zijn immers al door de ledenvergadering aangewezen voordat de nieuwe fractie het kiezersmandaat heeft gekregen. We adviseren in de reglementen op te nemen dat de
fractie niet zomaar om die kandidaat-wethouders heen kan. De fractie zal ze expliciet in haar selectie moeten betrekken. Staatsrechtelijk gezien komt de fractie natuurlijk zonder last of ruggespraak tot een
voordracht. Staatsrechtelijk gezien (en zo moet het ook in de PvdA reglementen komen) moet de fractie de aanwijzing van kandidaat-wethouders door de ledenvergadering beschouwen als een zwaarwegend advies.
Maar als de fractie (onverhoopt) tot een andere afweging komt, dan komt ze politiek gezien in zwaar weer. Ze zal haar keus dan ook expliciet moeten motiveren. En ze zal ze hierover vanzelfsprekend verantwoording moeten afleggen aan de algemene ledenvergadering.
Een of meer wethouderskandidaten pas na de verkiezingen bekend
We gaan even terug naar de eerste vraag: “Vinden we het nodig dat de namen van alle wethouderskandidaten voor de verkiezingen bekend zijn?”. De modellen waar we in terecht komen als het antwoord ‘ja’ is, hebben we hier boven beschreven. Hieronder volgt de andere optie.
Nee
Als het antwoord op de eerste vraag ‘nee’ is, dan komen we terecht in de modellen 3 en 4. In deze modellen kiest het afdelingsbestuur er voor om tenminste één wethouderskandidaat pas na de verkiezingen bekend te maken. In de praktijk betekent dit waarschijnlijk dat de kandidaat (of kandidaten) bekend worden gemaakt in de loop van, of na de collegeonderhandeling. Meestal zal het gaan om wethouderskandidaten
die niet willen dat hun naam bekend wordt, zolang ze niet zeker weten dat ze ook daadwerkelijk als wethouder zullen worden benoemd.
Het bijzondere van de optie “tenminste één wethouder pas na de verkiezingen bekend” is dat vraag 3 (“Mogen wethouderskandidaten ook buiten de lijst voor de gemeenteraad worden gezocht?”) eigenlijk niet meer relevant is. Als het antwoord op die vraag namelijk ‘nee’ is (dus alle wethouderskandidaten op de lijst voor de gemeenteraad en toch niet allemaal voor de verkiezingen bekend) dan ontstaat er een ongewenste
situatie: je weet dat alle wethouderskandidaten op de lijst voor de gemeenteraad staan,maar van sommige kandidaat raadsleden weet je niet (of mag je blijkbaar niet weten) dat ze ook wethouderskandidaat zijn. We vinden dat ongewenst, omdat we vinden dat de ledenvergadering – als alle wethouderskandidaten uit de lijst voor de gemeenteraad
moeten komen - zich voor de verkiezingen moet hebben kunnen uitspreken over de vraag wie – als het aan de ledenvergadering ligt - in welke volgorde wethouderskandidaten zijn op die lijst voor de gemeenteraad.
Als er tenminste één wethouderskandidaat pas na de verkiezingen bekend wordt, dan moet er door het afdelingsbestuur nog één vraag worden beantwoord: willen we met tenminste één wethouderskandidaat de verkiezingen in, of willen we alle wethouderskandidaten pas na de verkiezingen bekend maken?
Met tenminste één wethouderskandidaat de verkiezingen in
Deze variant noemen we model 3.
In model 3 is er sprake van een gemengde model. Voor de verkiezingen is tenminste één kandidaat bekend, maar je hebt de vrijheid om na de verkiezingen nog te komen met een tot dan toe onbekende kandidaat. Het schoolvoorbeeld van dit model is Almere. De eerste wethouderskandidaat was een zittende wethouder (die overigens niet op de lijst stond, maar waarvan nadrukkelijk bekend was dat ze kandidaat wethouderwas), de tweede kandidaat werd pas na de verkiezingen aangezocht en kwam van buiten. In dit model combineer je de kracht van een bekende wethouder in de campagne en een ruime keus voor andere kandidaten, mede afhankelijk van de portefeuille en de samenstelling van het College.
Alle wethouderskandidaten pas na de verkiezingen bekend
Er is ook een optie mogelijk waarbij je niet met een wethouderskandidaat de verkiezingen in kan of wil. Dit is model 4. Je kiest nu voor maximale vrijheid bij het kiezen van wethouders, maar je hebt geen mogelijkheden om potentiële wethouders in de verkiezingscampagne een rol te laten spelen. Het kan zijn dat er (nog) geen wethouders zijn om naar voren te schuiven of dat de afdeling er voor kiest om dat niet te doen voor de verkiezingen.
Indien het niet zo waarschijnlijk is dat de PvdA een wethouder kan leveren, dan is het misschien ook niet zo handig om met “onze wethouderskandidaat” te schermen in de verkiezingen.
In model 4 is alles nog mogelijk:
- de lijsttrekker kan wethouderskandidaat zijn
- een gekozen raadslid kan wethouderskandidaat zijn
- er kan een gerespecteerde partijgenoot worden gevonden om kandidaat te zijn
- er kan iemand van buiten worden gehaald
- en er kan – bij meerdere wethouderszetels voor de PvdA – een combinatie van die drie opties worden gemaakt.
De positie van de fractie in de modellen 3 en 4
In de modellen 3 en 4 is de fractie verantwoordelijk voor een voordracht zonder dat er al een zwaarwegend advies van de ledenvergadering ligt.
De modellen 3 en 4 wijken daarom op één belangrijk punt af van de modellen 1 en 2. In de modellen 3 en 4 is er na de verkiezingen nog iets te kiezen. En er zijn meestal verschillende groepen en geledingen in de partij die na de verkiezingen hun invloed nog willen uitoefenen op wie er wethouder wordt en wie niet. Daar komt bij dat na de verkiezingen het politieke perspectief een stuk concreter is geworden: de sterkte van de
fractie is bekend evenals de vermoedelijke zetelverdeling in het College. In de loop van de Collegeonderhandelingen worden ook de portefeuilles voor de PvdA bekend. Dat wakkert bij sommige mensen ambities aan en er zijn op zo’n moment ook vaak partijgenoten die nog hele geschikte kandidaten kennen en die daar voor gaan lobbyen.
Om er voor te zorgen dat het proces niet alle kanten op vliegt, adviseren we een procedure, waarin ook de fractie een paar strakke regels hanteert.
- Alle wethouderskandidaten worden voorgedragen door een commissie. Die commissie heeft met alle kandidaten een gesprek en beoordeelt of de kandidaten passen binnen het door de ledenvergadering geaccordeerde wethoudersprofiel. De commissie doet een voorstel aan het afdelingsbestuur.
- De commissie heeft, binnen een bepaald tijdsbestek, gesprekken met alle personen die zij zelf of de fractie geschikt acht, of die door andere leden van de afdeling geschikt worden geacht, indien en voorzover die personen prijs stellen op zo’n gesprek.
- De commissie geeft pas, nadat zij met alle kandidaten heeft gesproken, een advies aan het afdelingsbestuur en geeft daarbij – als er meerdere kandidaten zijn – een voorkeursvolgorde aan.
- Het afdelingsbestuur stuurt het advies van de commissie door aan de fractie, eventueel met een commentaar.
- De fractie kan besluiten– indien en voorzover de kandidaten daartegen geen bezwaar hebben – om de door de commissie voorgestelde kandidaat-wethouders zich te laten presenteren. Dat kan nuttig zijn als de commissie meer wethouderskandidaten voordraagt dan er zetels zijn en als ze met kandidaten komt die niet of nauwelijks binnen de afdeling actief en bekend zijn.
- De fractie doet aan de ledenvergadering slechts een enkelvoudige voordracht, tenzij geen van de wethouderskandidaten bezwaar heeft tegen het openbaarmaken van zijn of haar naam. Alle kandidaten lopen overigens het risico dat de ledenvergadering een andere voorkeur heeft en die andere voorkeur neerlegt in een zwaarwegend advies aan de fractie.
Waar in de tekst gesproken wordt over wethouder, kan ook gedeputeerde worden gelezen. Hetzelfde geldt voor raadslid en statenlid en voor ledenvergadering en gewestelijke vergadering.