
|
Gouds Rood november 2008
Gouds Rood november 2008
Redactie Gouds Rood
In deze editie van Gouds Rood mooie beschouwelijke artikelen van Co, Arie en Jaap. Verder een verslag van het bezoek van de PvdA Schiedam aan onze afdeling en de gebruikelijke rubrieken.
Gouds Rood is ook te downloaden als pdf-bestand. De downloadversie bevat ook de agenda en contactgegevens.
Arbeideristisch
Co Caljouw - 26 november 2008
 Hans Spekman
Onlangs verscheen voor de buis bij Pauw en Witteman ons geachte lid der Tweede Kamer Spekman. Hij had gemonkeld dat je klierende Marokkaanse blagen moet vernederen dus haalde hij dat altoos magische scherm.
Hij zag er nog even sjofel uit als toen hij dit jaar onze nieuwjaarsreceptie met een bezoek vereerde: afgetrapte gympen, navenant gerafelde broek en een verwassen (naar ik toch wel mag hopen) T-shirt.
Zijn kledij, zo begreep ik, was in feite een statement om het eens in eigentijds Nederlands te zeggen en daar wil ik het - anders dan over zijn therapie voor die straatschoffies - hier over hebben.
Want hij bleek in navolging van de rapper Ali B., die zich in zijn nauwelijks te volgen straattaaltje scheen te komen excuseren omdat hij ons aller premier Balkenende had getutoyeerd, ook moeite te hebben met de beleefdheidsvorm der Nederlandse taal (‘zo ben ik nu eenmaal opgevoed’).
Trouwens ook met gezag had hij moeite want had niet, zo was uit een interview met hem in Vrij Nederland gebleken, zijn grootvader voor een baas de pet van het hoofd moeten nemen?
Hebben we hier van doen met authentiek arbeiderisme of verlaat puberaal gedrag?
Ik houd het op het laatste en ik denk, als kind van een arbeider, hier recht van spreken te hebben.
Mijn vader werd als achtjarig jochie van school gehaald om bij de boeren te gaan werken; mijn moeder maakte nog wel de lagere school af en ging daarna, als 12-jarige, als dienstbode aan de slag.
Beiden hebben in de crisis-, oorlogs- en wederopbouwjaren hun zoon niet aflatend burgerman’s fatsoen bijgebracht: met twee woorden spreken, met mes en vork eten, opstaan in bus en trein voor volwassenen (nu nog altijd voor dames en in mijn ogen nõg bejaardere heren) en vooral, ook al was de beurs er geheel niet naar, netjes en ordentelijk gekleed.
Immers de arbeider diende zich te verheffen.
Als redacteur van Het Vrije Volk moest ik altijd en overal met gepoetste schoenen, vouw in de broek, minimaal gehuld in een colbertje en in ieder geval met een stropdas om verschijnen, niet alleen op het werk maar vooral bij de veelsoortige journalistieke klussen.
Want immers le journal est un monsieur zo diende je je telkens voor te houden (toen het Frans in het onderwijs nog niet was afgeschaft) en die representeerde jij.
En nu zeg ik nog altijd goede morgen mevrouw tegen de 17-jarige cassière die deze dikke 70-plusser met een simpel hoi begroet.
En dan het gezag. Nog zeer recent, wandelend in de Goudse Hout, besprongen door een speelse jonge hond met zeer bemodderde poten. Het bazinnetje roept tevergeefs tien keer af, af maar het stomme dier luistert niet zoals drommen kinderen in de klas niet naar hun juf of mees luisteren, die zich overigens met Martine en JanJaap laten aanschreeuwen, zo ervoer ik kort geleden in een schoolklas. Wat een gemis aan gezag.
Mijnheer Spekman, ik zal u geen Hans noemen omdat u mij niet tot uw vrienden- of kennissenkring rekent, maar vind wel dat ik u als lid van ons hoogste gezagsorgaan eerbied verschuldigd ben. U op uw beurt dient zich die eerbied waardig te zijn door vanzelfsprekend niet alleen inhoudelijk een goed Kamerlid te wezen maar ook in kleding en manieren er blijk van te geven dat u ons hoogste democratische goed vertegenwoordigt.
Op mijn beurt en tenslotte: ik zal mij in voorkomend geval nimmer als inmiddels bejaarde en voor u vreemde burger door u laten tutoyeren.
|