
|
Gouds Rood oktober 2009
Gouds Rood oktober 2009
Redactie Gouds Rood
In dit nummer onder andere: Graaien en grabbelen kost aanzien en stemmen, Verslag Politiek Café, Vooroordelen, rechtse brabbels en linkse waarheden, De “Crisis” in historisch perspectief, Uitslag van de Foto-quiz, Siebe neemt afscheid en verder de gebruikelijke rubrieken en informatie.
Gouds Rood is ook te downloaden als pdf-bestand. De downloadversie bevat ook het colofon met de contactgegevens van de redactie.
Crisis (2)
Co Caljouw - 17 oktober 2009
Crisis, crisis en nog eens crisis. Het woord domineert al ruim een jaar lang vrijwel elke pagina van de kranten en is tevens onophoudelijk te beluisteren en te zien via radio en televisie.
Vaak vraag ik me af wat mijn moeder van de crisis, de recessie, zou hebben gevonden. Getrouwd in het midden der vooroorlogse crisisjaren met een werkloze echtgenoot; gigantisch afzien met zes gulden steun per week, gevolgd door de oorlog met louter crisismomenten.
Wat moet ze doormaken als ‘haar huzaar’ bij de Grebbeberg de opmars van de Duitsers tracht te stuiten, ze op de 12e mei 1940 hoogzwanger door de buurman achter op de fiets naar het ziekenhuis wordt gebracht en onderweg, geholpen door leken-omstanders, mijn zusje ter wereld brengt?
Ik noteer hier nog een crisismoment, zoals door mij opgetekend in een bundeltje jeugdherinneringen en bestemd voor mijn kleinkinderen. De media besteedden er medio de voorbije maand veel aandacht aan: operatie Market Garden, 65 jaar geleden. We wonen dan in Vught.
Het is een warme, zonnige zondagochtend. We zitten aan de surrogaat-koffie met een stukje aardappeltaart, een oorlogsrecept van tante Marie. Dan horen we in de verte een aanzwellend gebrom, het servies in het dressoir staat te rinkelen. We hollen naar achter, naar het eind van de tuin waar mijn vader en ik ‘schuttersputten’ hebben gegraven, veilig voor rondvliegende scherven bij een bombardement.
En gebombardeerd gaat er worden, zo vrezen mijn vader en moeder. Maar de drie putten zijn bezet door buren dus rennen we terug naar huis.
Daar neemt mijn moeder de drie kinderen bij zich en plaatst zich, naar de instructies van de luchtbescherming, bij de draagmuur in de hoek van de kamer met de keuken. Bij een instortend dak maken we daar de grootste kans te overleven. Eerst mijn zusje, daar overheen mijn broertje, dan ik en pal tegen ons aan, gebogen, mijn moeder.
Ik voel haar volle boezem drukken tegen mijn achterhoofd alsook haar korset. Ik heb het vreselijk benauwd, druppels zweet van mijn moeder vallen in mijn nek. Angstzweet, zo begrijp ik later.
Het gebrom zwelt aan en verandert in een oorverdovend geronk. Maar geen bommen. Tussen het lawaai door horen we juichkreten van de buren. Wat is er aan de hand? Voorzichtig komen we naar buiten en zien dan, telkens pal boven ons hoofd, enorme bommenwerpers met daarachter, aan lange kabels, zweefvliegtuigen.
Luchtlandingstroepen, zo meldt mijn vader. In grote open deuren staan soldaten naar ons te zwaaien. Ze vliegen zo laag om aan het Duitse luchtafweergeschut te ontkomen. Wel horen we Duitsers met geweren op de vliegtuigen schieten maar anders, zoals vaak bij de talloze luchtgevechten die ik tot dusver heb gezien, komt er geen enkel vliegtuig naar beneden.
Aan de geweldige luchtvloot schijnt geen einde te komen. De bevrijding blijft echter uit.
Tot zover deze herinnering.
Ik kan er nog aan toevoegen dat we na die 17e september 1944 en na een verblijf van weken in een door mijn vader gegraven schuilkelder, eind oktober van dat jaar worden bevrijd. De strijdende troepen hebben dan over en weer ruim 150.000 granaten op Den Bosch en directe omgeving afgevuurd. De Duitsers blijven ons dan nog een half jaar van de overzijde van de Maas bestoken met niet alleen granaten maar ook V1’s en V2’s.
Na het verblijf in vergaan stro en toenemend grondwater, verstoken van voldoende voedsel en drinkwater, wordt het gezin Caljouw ontluisd en behandeld voor schurft en hongeroedeem.
Mijn moeder is op de dag van de luchtlandingen nog maar 29 jaar. Wat moet er in al die jaren, met tevens de zorg voor een bij ons ondergedoken joods gezin, door ‘haar heen zijn gegaan’?
Over de crisis nu zou ze zeggen: laat me niet lachen; we hebben het nog nooit zo goed gehad.
Jan-Peter en Wouter: stop dus met die gekunstelde mimiek van een doodgraver en tel onze zegeningen.
|